Boek en tentoonstelling Joods leven in het Westland

joodslevenwestlandHet verhaalt de 200-jarige geschiedenis van een Joodse gemeenschap in het Westland die excellent integreerde en jarenlang een synagoge had in Naaldwijk.
In WO II werden de laatste Joodse bewoners afgevoerd; als cultureel erfgoed is bovengronds nog een Joodse begraafplaats aanwezig, thans eigendom van de Nederlands Israëlitische Gemeente in Den Haag, evenals het gebouw van de voormalige synagoge en ondergronds een mikwe, religieus bad.

Het boek met titel ‘Joods leven in het Westland’ (ISBN: 978-90-79042-00-5), 192 bladzijden, is uitgegeven door het Genootschap Oud-Westland; verkoopprijs € 20,95.

Het boek met een vijftiental auteurs geeft een compleet overzicht van het Westlandse Joodse leven, bijvoorbeeld een 17e -eeuws stuk waarin de ‘bekering van de Joden’ wordt beschreven, Koshere Kaas uit Midden-Delfland, de oorlogstijd met roerende maar ook spannende onderduikverhalen, het transport van 10.000 Joodse kinderen door mevrouw Truus Wijsmuller via Hoek van Holland, onderduik van familie Gudema in Hodenpijl en bij Van Vliet van de broers Matz, alsmede herinneringen van de weinige overlevenden. Ook wordt een hoofdstuk gewijd aan Joodse schilders en het Westland met bijzondere aandacht voor bohemien-schilder Anton van Teijn. Voorwaar een document humaine met fraaie afbeeldingen en dito illustraties.

Het boek werd mede gesponsord door het Prins Bernard Cultuurfonds, de Nederlands Israëlitische Gemeente Den Haag, Stichting Levi Lassen en enige Westlandse fondsen.

 

Expositie Joods Leven

Momenteel vindt een expositie Joods Leven plaats in het Westlands Museum te Honselersdijk. Op de website van het Genootschap Oud-Westland en Westlands Museum staan verdere bijzonderheden over dit fraaie inhoudsvolle boek en bijzondere tentoonstelling.

Boek over ‘t Woudt genomineerd

Het boek over ‘t Woudt van Jacques Moerman is genomineerd voor de Oud-Westlandprijs. In het boek “‘t Woudt. De rijke geschiedenis van het kleinste dorp van Nederland” beschrijft hij de rijke geschiedenis van dit dorp in Midden-Delfland. Inmiddels zijn ruim 1.500 exemplaren van dit boek verkocht, waarbij er ook vanuit het buitenland veel interesse wordt getoond. Van januari t/m juni 2014 was er een tentoonstelling over ‘t Woudt in Museum Het Tramstation te Schipluiden. In 2013/2014 werkte Jacques mee aan een tweetal TV-programma´s over ‘t Woudt. De eerste betrof een special over ´t Woudt, verspreid door Regionale Internet TV, met als standplaats Westland. Vele duizenden bekeken deze special.

Het boek is nog steeds te koop voor € 24,95 in Museum Het Tramstation te Schipluiden.

Andere genomineerden voor de Oud-Westlandprijs zijn Krijn van Dijk en Aad van Holstein.

 

Middeleeuws dijkje opgeruimd

In Schipluiden is aan het begin van de Zouteveenseweg tot vorige week een middeleeuws dijkje zichtbaar geweest. Dit dijkje is aangelegd in opdracht van Philips de Blote, die in 1412 eigenaar werd van kasteel Keenenburg. Hij liet een geheel nieuw kasteel bouwen. Het grondgebied rond het kasteel koppelde hij los van de Kerkpolder, zodat het een eigen waterstaatkundige eenheid werd.

De Blote kon hier zelf voor zorgen, omdat hij dijkgraaf en baljuw van Delfland was. Vanuit dezelfde functie plaatste hij de eerste windwatermolen van Zuid-Holland in de Kerkpolder, iets ten noorden van zijn kasteel. Voor de afwatering van zijn eigen poldertje rond het kasteel sloot hij een overeenkomst met de bewoners van Zouteveen. Zij mochten vrij de vaarsloot langs het kasteelterrein, tussen de Zuidkade en de Singel, gebruiken. Later plaatste de heer van Keenenburg op de Singel een windas, waarmee de schuitjes van de Zouteveners over de kade naar en van de Gaag konden worden overgehaald. In ruil hiervoor mochten de bewoners van de Keenenburg hun overtollige water via de vaarsloot afwateren op de Zouteveense Polder. Om te voorkomen dat de Kerkpolder wateroverlast hierdoor zou krijgen werd het kasteelterrein door middel van een dijkje langs de vaarsloot, tevens voetpad, verbonden met de Zuidkade.

Afgegraven dijkje langs Zouteveenseweg, Schipluiden
Afgegraven dijkje langs Zouteveenseweg, Schipluiden

Dit dijkje staat op oude polder- en kadasterkaarten. In fasen is deze waterkering in de twintigste eeuw verdwenen door de bouw van woningen langs de Zouteveenseweg naar het dorp (tot en met Hoeve Johanna). Er was toen nog geen kennis over de herkomst en betekenis van dit historisch en landschappelijk element. Op één plaats was deze oude dijk tot vorige week nog goed te beleven, namelijk tussen de woningen van Zouteveenseweg 1 en 3. In 2008 heeft een betrokken wethouder bij een bestemmingsplanwijziging de wettelijke middelen verkregen om ook dit laatste stukje dijk te bebouwen. Inmiddels is er aan een familielid vergunning gegeven voor woningbouw op deze historische plaats. Enige maanden geleden heeft de Historische Vereniging Oud-Schipluiden een harde afspraak met de nieuwe eigenaar gemaakt, namelijk dat het dijkje bij de bouw in de grond bewaard zou blijven. Wat schetst onze verbazing, toen afgelopen week het dijkje ten behoeve van de komende nieuwbouw toch grotendeels is afgegraven. Enige dagen ervoor heeft er een globaal archeologisch onderzoek plaatsgevonden, uitgaande van de toezegging dat het dijkje ter plekke gehandhaafd zou worden. Als tevoren bekend was geweest, dat het de bedoeling was om het dijkje geheel of gedeeltelijk af te graven, dan was nader archeologisch onderzoek noodzakelijk en mogelijk geweest. Die kans is nu voor goed verkeken.

Door de recente afgraving kan het laatste spoor van een historische waterkering niet meer in het veld worden aangewezen. Deze verarming van het landschappelijk erfgoed staat niet op zichzelf. De laatste tijd worden in het buitengebied steeds meer kreekruggen door grondaanvullingen aan het zicht onttrokken; historische sloten verdwijnen als gevolg van schaalvergroting in de landbouw. Midden-Delfland loopt het gevaar belangrijke identiteitsdragers te verliezen. Dit gebeurt in het groot, maar ook in het klein, zoals het dijkje langs de Zouteveenseweg aantoont, en dat betekent letterlijk een verschraling van het landschap. Binnenkort wordt de Gebiedsvisie 2025 in een gemeentelijke conferentie opnieuw besproken. Hopelijk leidt dit overleg tot concrete afspraken om de verhalen over het ontstaan en het gebruik van het gebied ook voor toekomstige generaties levend en zichtbaar te houden. Ontwikkeling is goed, maar dan wel met handhaving van waardevolle sporen uit het verleden.

Jacques Moerman, namens de Historische Vereniging Oud-Schipluiden en de Stichting Midden-Delfland is Mensenwerk

De schilders van de Haagse School en hun invloed op kunstenaars in Midden-Delfland

Op uitnodiging van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden vinden er op dinsdag 6 oktober 2015 twee lezingen plaats. De bijeenkomst wordt gehouden in Het Notenschip, Schoolplein 4 te Schipluiden, aanvang 20.00 uur.

Molens aan de Harnaschwatering, ets van Derkzen van Angeren, 1905
Molens aan de Harnaschwatering, ets van Derkzen van Angeren, 1905

Voor de pauze spreekt Frits van Ooststroom (een kenner van het landschap). Hij heeft uitvoerig studie gemaakt van het werk van de kunstenaars van de Haagse School. De meeste schilders van deze kunststroming woonden tussen ca. 1860 en 1900 in Den Haag. In hun werk stond de weergave van het licht en de atmosfeer centraal. Zij streefden naar een natuurlijke weergave van hun onderwerpen, waarbij ze zich lieten leiden door hun gemoedstoestand. Vaak zijn de Hollandse polders, met koeien, molens en prachtige luchten het onderwerp. In de lezing geeft de spreker met veel voorbeelden een afwisselend overzicht van zowel de eerste generatie Haagse School schilders (geboren tussen 1817 en 1845), als van de belangrijkste vertegenwoordigers van de tweede generatie (geboren tussen 1846 en 1864). De ‘nabloei’ van de Haagse School zou echter nog tot ver in de twintigste eeuw doorwerken.

Jacques Moerman (historicus) belicht na de pauze de doorwerking van de invloed van de Haagse School op schilders als Jan van der Stap en Jan Heesterman, en de etser Antoon Derkzen van Angeren. Vanuit Delft ondernamen deze kunstenaars tochten in de omgeving, waar zij dorpsgezichten, boerderijen, landschappen en molens vastlegden. Zij bezochten veelvuldig Den Hoorn, Schipluiden en ‘t Woudt. Hun werk is vanwege de vaak nauwkeurige weergave ook topografisch van belang. Zij laten situaties zien die nu vaak sterk veranderd zijn. Huidige kunstenaars, zoals Cees Tetteroo en Rina Groot, laten zich nog steeds door de landschappen in de omgeving inspireren. Voorbeelden van hun werk en ouder werk van vooroorlogse kunstenaars zijn te zien in de tentoonstelling ‘Geïnspireerd door de Haagse School’ in Museum Het Tramstation, Otto van Zevenderstraat 2. De lezingavond wordt afgesloten met een bezoekje aan dit museum.

Graag tot ziens op dinsdag 6 oktober.